Het leek ineens niet zo mooi meer. Het leek meer psychisch. Eerst voerde ik struisvogelpolitiek. Toen belde ik in een moedige bui dokter S. die me prompt op zijn spreekuur uitnodigde. Daar leek het al stukken minder psychisch. Het gros van zijn patiënten, vooral de bejaarden onder hen, had volgens hem zeer veel baat bij het overwinteren in tropische oorden. Niet zo gek dus dat me dat zo goed gedaan had. Een klein onderzoekje deed me het bijna uitgillen. Niets psychisch aan dus. 'Weer een injectie', luidde het advies waarmee ik zijn spreekkamer verliet.
Reeds de volgende morgen kon ik me wederom vervoegen bij de pijnpoli. Ditmaal mocht ik met een vriendelijke zuster, die ooit mijn verloskundige bleek te zijn geweest, direct mee naar de wachtruimte bij de OK. Even later nam ik plaats op een soort plank, onder het röntgenoog, dat dokter S. raadpleegde om op de juiste plek in mijn gewricht te prikken. In tegenstelling tot vorige keren, hield het gewroet nogal lang aan. Achteraf verklaarde dokter S. dat hij eerst bovenin mijn si-gewricht had willen prikken, maar daar kwam hij niet in. Toen onderin, maar daar stak hij doorheen, dus vervolgens maar gewoon in het midden.
Ik rolde van de plank weer op het bedje waarmee ik naar de wachtruimte gereden werd. Het leek er wel feest. Helaas heeft de pijnpoli veel vaste bezoekers en dus lag ik naast een man die ik al 'kende' van een vorige keer. Werd het toch nog gezellig! Zijn vrouw hielp me een half uur later met mijn laarzen aantrekken. In een overmoedige bui dacht ik dat wel zelf te kunnen, maar mijn rechterbeen weigerde eenvoudigweg dienst en mijn rug schreeuwde het uit. Duizelig werd ik door ex-verloskundige terug gebracht naar de normale wachtkamer, waar man en dochter me zaten op te wachten.
In de auto terug ging echtgenoot achter het stuur bijna van z'n stokje toen ik verhaalde over het misprikken. De bloeduitstortinkjes rond het gewricht illustreerden dit fraai. Na een lange dagje bankhangen, waarbij ik van ellende zelfs overdag in slaap viel, gaf ik het op. Over met dit gelazer, fietsen met die hap, sprak ik de volgende dag moedig tegen mezelf. En ik fietste weer.
Ruim anderhalve week later ben ik nog steeds niet blij. Mijn been zeurt, mijn si-gewricht doet zeer, mijn heup is geïrriteerd en zelfs mijn buik doet pijn. Als ik niet vaak genoeg even plat ga, is hoofdpijn mijn deel aan het einde van de dag. Gesloopt voel ik me vaak. Waar is toch die stoere vrouw gebleven die zomaar in Thailand ging fietsen?
Ik ben bereid nog even hoop te houden, of de injectie in combinatie met weer 3 maanden stevige pijnstillers slikken toch nog gaan helpen. Maar anders, ja, wat dan?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten