Campingbuuf bleek een aardig mens te zijn met wie het erg gezellig was. Haar zoon was de tent amper uit te krijgen. Die deed liever spelletjes binnen. (Overigens: 'uit de tent lokken'... zoals ik altijd zeg: als moeder leer je pas waar bepaalde uitdrukkingen vandaan komen.) Tegenover ons stond een Engels stel. Zij was pianodocent, hij had parkinson en was ontzettend aardig. Dat is wat ik me herinner in de gauwigheid. Ik viel met m'n neus in de boter. Ineens was ik geen eenzame fietser meer die bij 40 graden bergopwaarts tegen de heftige Mistral in worstelde, maar deel van een grote, warme campingfamilie.
Op dag twee kwam rond het middaguur een soortgenoot aangefietst. Ik stoof er op af om hem te begroeten. Eerst in het Nederlands, maar ik vergiste me danig. Hij bleek een Canadees uit Quebec te zijn. Na mijn stuntelige begroeting kletsten we verder alsof we oude vrienden waren. We boodschapten, kookten, zwommen samen. Toen de schemering viel wilde EY weleens het kasteel bezichtigen. Eenmaal in het maanlicht op de toren vroeg hij heel timide: 'Mag ik je kussen?' waarop ik, bedachtzaam als ik soms ben, 'nee' zei.' Hij drong niet aan en we wandelden -even goede vrienden- weer terug naar de camping, waar we nog een karafje rosé dronken.
Daar bij de tent vertelde ik nog over een vakantie in Portugal waar echtgenoot-die-toen-nog-vriendje-was de tent had opengelaten. Toen we wilden gaan slapen, zagen we een schorpioen door de voortent wandelen. EY vond me een held dat ik nog in die tent was gaan slapen! Alsof het schorpioenenvolk het gehoord had! Toen ik daar in Suze even mijn tent indook voor 't een of ander, trof ik wederom een schorpioen. Ons hele campingveldje in rep en roer! De hele 'familie' kwam kijken. Doodgemoedereerd haalde de overbuurman-met-pijp-en-baard even later het monster met een Hollands koffiekopje uit mijn tent. De volgende morgen zwaaide ik EY met een beetje pijn in 't hart uit.
Negen jaar later, man en 2 kinderen rijker, kwam ik twee weken geleden terug weer op Camping 'Le Pont du Lez' de douches uit, waar ik ineens mijn naam hoorde. Verbaasd keek ik op en zag een bekend gezicht dat ik toch niet helemaal kon plaatsen. Het was mijn campingbuuf van toen! We haalden herinneringen op, dronken wijntjes samen en het was weer ouderwets gezellig. De camping blijkt een camping te zijn waar heel veel mensen al jaren komen. De schorpioenredder van toen stond er ook weer. Heel bijzonder en een heerlijke plek; zanderige paadjes, mooie moerbeibomen en platanen, een zwembadje, een klein barretje beheerd door de campingbaas en zijn vrouw en stof, overal stof!
Gisteravond op MSN verscheen toevalligerwijs mijn Canadese vriend met wie ik sedertdien altijd contact gehouden heb. 'Hee, ik ben weer in Suze geweest!' opende ik het gesprek. Het werd een avond van onthullingen. Zo gaf ik toe dat ik het achteraf toch een tikje jammer had gevonden die mogelijke kusscène hoog boven op de toren van het kasteel van Suze, in het maanlicht nog wel, zomaar voorbij te hebben laten gaan. (Maar ja, weliswaar was ik heel even officieel vrijgezel, mijn hart lag toch bij iemand ver weg in Eindhoven...) Was toch best romantisch geweest. Hij biechtte op dat hij de hele nacht niet geslapen had van die leuke, Hollandse, fietsende vrouw naast hem op de camping die hij vanaf het eerste moment van onze ontmoeting 'très sympa' had gevonden. Al gauw liepen bij beiden de tranen over de wangen van de lol om deze ontboezemingen. En dat dan negen jaar later.
Echtgenoot had ook een leuke avond trouwens. Hij begon me te plagen dat ik het wonderschone Canada aan mijn neus voorbij had laten gaan, maar voelde zich vereerd dat ik het kussen destijds lekker aan hem had overgelaten bij terugkomst in Nederland. Dank aan Suze!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten